Welke tijd gebruik je in je verslag?

In Cursus 5 is er een les over het verslag. In het verslag maar ook in het artikel moet je vaak je taken of werkzaamheden opsommen. Kijk altijd goed naar de opgave. Als daar staat : Beschrijf EENĀ dag/stagedag of : Beschrijf wat je elke dag doet : Gebruik dan de TEGENWOORDIGE TIJD in je opsomming, want je doet die werkzaamheden elke dag, ook nu nog. Staat dus in de opgave een tegenwoordige tijd, gebruik dan ook in je opsomming een tegenwoordige tijd.

Als in de opgave een voltooide tijd staat : Beschrijf wat je die dag of vandaag hebt gedaan, gebruik dan in je opsomming de VOLTOOIDE TIJD, want het is in het verleden en het is klaar/voltooid.

De VERLEDEN TIJD gebruiken we voor dingen die in het verleden regelmatig gebeurden of in verhalen. Deze tijd gebruik je niet in het verslag voor het schrijfexamen B1.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *