Waarom is het zo moeilijk om een goede Nederlandse zin te maken?

Zinnen maken moet je in alle talen, maar een Nederlandse zin heeft zijn speciale problemen. Je moet in een zin namelijk altijd de woorden in de goede volgorde zetten. In andere talen moet dat ook wel een beetje, maar in het Nederlands is dat nogal moeilijk en het MOET echt! Daarom vind je in alle cursusboeken ook zoveel oefeningen met : Maak zinnen : zet de woorden in de juiste volgorde.

Het Nederlands heeft twee soorten zinsconstructies, die je moet leren : de Hoofdzin en de Bijzin. Deze twee constructies hebben hun eigen speciale woordvolgorde. Je mag in het Nederlands vier soorten zinnen maken : een simpele (enkelvoudige) en drie soorten complexe zinnen :

  1. Hoofdzin
  2. Hoofdzin + hoofdzin
  3. Hoofdzin + bijzin
  4. Bijzin + hoofdzin

Je mag dus wel alleen een hoofdzin maken, maar in de schrijftaal mag je nooit alleen een bijzin maken. Je moet de bijzin altijd combineren met een hoofdzin. Ook zie je dat je nooit een hele lange zin met meer dan twee deelzinnen mag maken. In zo’n lange zin zijn de regels voor de woordvolgorde nog veel moeilijker. Je maakt dan onnodig veel fouten en je krijgt er geen extra punten voor. Het is leuk voor niveau C1, maar het is niet nodig voor B1 en B2. Zet na twee deelzinnen gewoon een punt en begin een nieuwe zin.

Conclusie : Je mag dus een hoofdzin maken of een complexe zin. Voor de complexe zin kies je een van de drie bovenstaande combinaties. Dat MOET en je moet altijd controleren of je zin wel klopt. Zal ik in de volgende post uitleggen hoe je een goede hoofdzin maakt? Dat doe ik. Tot de volgende keer!

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *