Hoe schrijf ik een tekst met een goede structuur?

De langste opdracht van het schrijfexamen B1 heet : korte tekst. Het belangrijkste is altijd, dat je precies doet wat in de opdracht staat. Je ziet altijd een paar punten die je moet schrijven. Dat doe je precies zoals het er staat en vergeet dus nooit een van die punten. Als je de volgorde van de punten aanhoudt, dan is je tekst al logisch, maar dat is nog niet genoeg. De tekst moet ook structuur hebben.

Elke tekst heeft altijd een driedeling, een inleiding, een middenstuk en een slot. Elk deel heeft minstens 1 alinea, maar soms ook meer. De indeling in alinea’s zijn belangrijk voor het overzicht over de tekst. Als je twijfelt tussen wel of niet een nieuwe alinea, dan kies je voor de nieuwe regel. Je begint dan vooraan de zin en je maakt geen witregel.

Door een goede driedeling en een verdeling in alinea’s krijgt je tekst structuur en wordt je tekst logisch en overzichtelijk. De signaalwoorden vertellen wat het verband is tussen deze alinea’s. Die zijn dus ook heel belangrijk. Verder bestaat de tekst uit zinnen. Dat is de basis en je mag NOOIT een zin maken met meer dan twee deelzinnen.

Een goede structuur maakt het voor de lezer makkelijk om je tekst te lezen en te begrijpen. Het leuke is dat een goede structuur ook jou helpt om een logische tekst te schrijven. De structuur is daarom het eerste waar de examinator naar kijkt. Is die mooi overzichtelijk? Dan is de inhoud bijna altijd ook goed.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *